Posts tonen met het label Zweden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zweden. Alle posts tonen

zondag 8 februari 2015

Kanoën door de zuidelijkste wildernis van Zweden over Halen en Raslången

Op twee uur vanaf Malmö moet de zuidelijkste wildernis van Zweden liggen. Tenminste zo worden de meren Halen en Raslången genoemd. Het plan is om een kanotocht van een week door de wildernis te maken. Een wildernis die je gewoon per openbaar vervoer kunt bereiken is natuurlijk handig, maar wel twijfelachtig. De bus rijdt door een echt Zweeds landschap met wuivende graanvelden en schattige huisjes. In Olofström stappen we uit de bus en slaan we eten in voor een week. Op Camping Olofström krijgen we nog geen wildernis gevoelens. Bij de steiger laden we de huurkano in met onze kampeeruitrusting en de boodschappen. De boot zit met onze familie van drie lekker vol, maar we komen bij lange na niet bij het maximumlaadvermogen van 400 kilo. Al bij de eerste peddelslag zijn we in ons sas. We steken de baai over en zetten koers naar een klein eilandje. Een mini eiland met als een soort ark van Noach van elke boomsoort één. Dit is het begin van de wildernis.

vrijdag 28 maart 2014

Kanoën in Dalarna (Zweden)

Bij een groot meer worden we om negen uur ’s morgens afgezet met onze kano. Een laatste zwaai van Edwin en dan staan we alleen aan de oever van het water. Bomen, eilanden en water is alles wat we zien. Het meer is spiegelglad en verdubbeld de hoeveelheid bomen en eilanden nog eens. Wat doen we? Kanoën of eerst koffie? Een eiland aan de overzijde lonkt. We gooien ons hele hebben en houden aan boort: tent, slaapspullen en een ton met eten voor een week. De peddel glijd door het gladde oppervlak. Even later pruttelt de koffie op ons eerste eiland. En zo gaat het de rest van de week ook. Nemen we dit eiland of het volgende? Dat is de belangrijkste vraag.

dinsdag 17 januari 2012

Fietsen door de Baltische Staten


‘We redden het niet’, zucht Joanne achter me. ‘Kom op, even doorzetten’, spoor ik haar aan. Ondertussen spoken er allemaal doemscenario’s door mijn hoofd. We halen het nooit, maalt het ook door mijn hoofd bij elke omwenteling van mijn wielen. Net buiten Gdansk fietsen we. Wind tegen, een lekke band en al twee keer fout gereden. Op zich geen drama, maar morgen gaat ons Russische visum in. En die grens lijkt maar niet dichterbij te komen.
Thuis op de bank leek het zo makkelijk. ‘Die vijf centimeter tot de grens fietsen we makkelijk in drie dagen’, riep Joanne, dromend boven de Bosatlas. De groene, bruine en blauwe vlekken beloofden aparte natuurfenomenen, verlaten landschappen en nieuwe steden in een rits onbekende landen. We stippelden onze route uit van de wandelde duinen in de buurt van Slupsk in Polen, over een eindeloze landtong in Kaliningrad (Rusland) en langs kronkelende rivieren in de Baltische Staten. Daarna de Finse Golf over en verder over de duizenden eilanden van Åland naar Stockholm.
Al kilometers lang tikt ons hart een slagje harder, niet omdat we zo hard fietsen, maar vanwege het vooruitzicht wat komen gaat. Een grens is altijd spannend, maar een Russische helemaal. Het zal de eerste grens van vele worden. Een roodwitte slagboom, een wachthuisje en een ijsberende grenswachter. We zijn er! Zwaaiend met onze paspoorten komen we aanfietsen. De grenswachter blijft echter stuurs voor zich uit kijken. Hij weigert naar het visum in ons paspoort te kijken en wuift ons weg. Wat nu? Gelukkig biedt een bus redding. We mogen met fiets en al instappen en rijden nu soepel de grens over. Waarom deden ze nou zo moeilijk? Even later begrijpen we het probleem. In ons paspoort staat een mooie stempel van een busje. Ze hebben vast niet zo’n stempel van een fietsje.